Terug In Nederland

Sinds kort ben ik na tien jaar in de Verenigde Staten gewerkt te hebben weer in Nederland. Ook keer ik, als wetenschapper, deels weer terug naar waar ik ooit mee begon: onderzoek en onderwijs over de journalistiek.

Met de ervaringen van Amerika, het schrijven en publiceren van vijf boeken en een kleine vijftig artikelen en hoofdstukken, en het bezoeken van landen en mediabedrijven over de hele wereld, is het een prachtige uitdaging om in eigen land dit alles toe te gaan passen.

In de tussentijd heb ik allerlei dingen geleerd – hoe het dagelijkse leven van mediawerkers in de Amerikaanse filmwereld eruit ziet bijvoorbeeld, of wat er allemaal komt kijken bij het management van een mediabedrijf, en wat de gevolgen (kunnen) zijn van een leven in media.

Het aardige van dit alles is, dat mijn terugkeer naar Nederland niet onopgemerkt is gebleven: verschillende journalisten hebben de tijd en moeite genomen om te informeren naar wat ik nu eigenlijk allemaal van plan ben. In mijn jeugdig (…) enthousiasme ben ik op die interview-verzoeken ingegaan… met interessante gevolgen. Mijn neiging om discussies op scherp te stellen, niet al te moeilijk te doen en vooral mijn openhartigheid hebben sommigen blijkbaar het gevoel gegeven dat ik niet weet waar ik het over heb, of zelfs dat ik geen hart heb voor de journalist(iek).

Dat is een bijzondere uitkomst, na ongeveer een week terug in Nederland. Het geeft aan hoezeer in dit land we op elkaar letten. Dat woorden gewikt en gewogen worden, dat mensen het gevoel hebben dat gemeenschappen met elkaar samenhangen op basis van consensus, dat we’re in this together. Dat is erg mooi en de afgelopen tien jaar was dit nadrukkelijk niet het geval. Dit was ook een van de redenen om terug te komen - maar ik besef dat ik er ook weer aan moet wennen... Dat is een mooie uitdaging.

Ook zie ik wat het verschil is tussen als wetenschapper in betrekkelijke eenzaamheid je werk te doen, en als hoofd van een opleiding – en daarmee een gemeenschappelijke visie en missie vertegenwoordigend – op te treden. Dat is nieuw voor me. Ook al spannend!

Opeens zijn mijn ideeën over de journalistieke arbeidspraktijk – waarin zelfstandig ondernemerschap, freelance werk, en deeltijdscontracten dominant zijn – voor sommigen controversieel. Terwijl dat toch echt de dagelijkse realiteit van meer dan de helft van alle journalisten is.

Een oproep aan het adres van aspirant-journalisten om de journalistiek zo breed en creatief mogelijk te beschouwen is door sommigen gezien als een aanklacht tegen journalisten die op redacties hard werken om mooie verhalen te produceren. Terwijl ik juist respect vraag voor het feit dat op al die redacties (deels vanwege het vervangen van vaste banen door deeltijd- een freelancecontracten) steeds meer werk door steeds minder mensen gedaan moet worden.

Dan is een waarschuwing tegen de neiging van redacties om te vervallen in group think wanneer zij om moeten gaan met maatschappelijke en technologische veranderingen – hetgeen een heel normaal verschijnsel is in alle vormen van collectief opererende organisaties (inclusief de universiteit), en niet betekent dat dit slecht zou zijn of verkeerd is – bewijs dat ik helemaal niets begrijp van de werkelijkheid van het journalistieke werk.

Dat zijn niet alleen begrijpelijke reacties – het zijn ook interessante voorbeelden van precies datgene, waar de kern van mijn uitspraken over gaat. Beroepen in de zogenaamde creatieve industrie – waar de journalistiek deel van uitmaakt – zijn essentieel voor de ontwikkeling, vorming, en duiding van de samenleving. Het zijn ook beroepen die, zowel economisch als technologisch – onder grote druk staan. Dat maakt het zulke bijzondere onderwerpen voor serieuze bestudering, en dit maakt het noodzakelijk om daar een brede, kritische, en open debat over te voeren waarin voor alle perspectieven ruimte moet zijn.

De soms emotionele reacties op mijn uitspraken – zowel in positieve als in negatieve zin – zijn vooral bewijs van de persoonlijke investering en de individuele passie waarmee mensen in de journalistiek hun werk doen. Het is precies die passie, dat plezier, dit oprechte engagement dat mijn onderzoeksgebied is, dat ik in mijn colleges en presentaties probeer uit te dragen, en waar ik als hoofd van de Master Journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam voor sta! 

De komende maanden ga ik op bezoek bij de redacties van Nederlandse mediabedrijven, bij nieuwscollectieven en bij ZZP’ers in de journalistiek. 

Ik ga uitgebreid praten met onze docenten, staf, en studenten van vroeger en nu. Samen met organisaties als het Stimuleringsfonds voor de Pers, de VVOJ en de NVJ, het Expertisecentrum Journalistiek en andere organisaties ga ik graag de discussie aan over het vak. 

En ik zoek de collega’s in de wetenschap – te Groningen, Rotterdam, Amsterdam (VU en UvA), Utrecht, Tilburg, Nijmegen, Leuven, Antwerpen en verder – op om te zien hoe we kunnen samenwerken om het vak van de journalist nog beter te bedienen met heldere, kritische, en respectvolle informatie en inzichten.

Iedereen die zich aangesproken voelt is daarnaast van harte welkom om langs te komen in kamer 2.11 van het Departement Mediastudies in Amsterdam. Wacht wellicht nog even tot medio juli - want dan komt mijn meubilair pas aan uit New York...


Los van dit alles zijn alle nieuwsmedia vanzelfsprekend zombie-instellingen en is de beste journalist een DJ. Maar ja, dat spreekt voor zich.