Toekomst van de Krant

LAATSTE UPDATE [donderdag 17.12]: het essay staat nu op de Podium-pagina van Trouw en is, naar ik aan neem, ook vandaag in de papieren krant te vinden. Ik vervolg het debat over de toekomst van de krant graag op de site van Trouw!

DERDE UPDATE [woensdagochtend 16.12]: volgens de krant gaat het stukje "vannacht mee." Dit zou kunnen betekenen dat het dan wellicht ook terecht komt op de Podium-pagina van de website. Het is toch mooi van de redactie dat ze mijn stuk alsnog afdrukken. Indien relevant, zal ik op de site van Trouw verder deelnemen aan het debat over de toekomst van de krant (eigenlijk, of liever: de toekomst van de journalist). Intussen is het ook mogelijk om op het stuk te reageren op de onvolprezen site van De Nieuwe Reporter (waar het essay sinds 14 december doorgeplaatst is).

WEEDE UPDATE [zondagmiddag 13.12]: Iemand anders van de krant heeft me nu benaderd om (nogmaals) te melden dat ze het stukje graag willen plaatsen, alleen:
"we willen wel graag exclusiviteitswaarde. Dus als je het van je weblog wilt halen tot ergens deze week?"
Ben ik nou een enorme arrogante kwal als ik zeg dat ik dit verzoek symptomatisch vind voor het niet begrijpen hoe in een digitale cultuur met informatie en publicatie omgegaan kan/moet worden? Nogmaals: ik weet dat de hardwerkende journalisten bij Trouw het allemaal goed bedoelen en ben oprecht dankbaar dat ze me een kans geven om aan het debat over het vak deel te nemen, maar in de manier waarop zitten voor mij precies die haken en ogen waarbij het in het vak nu zo vaak mis gaat.

Als Trouw nu slim was, zouden ze doorlinken naar mijn stukje, er een kort commentaar van de redactie bij zetten, uitnodigen tot debat, deelnemen aan het gesprek op Twitter (waar Trouw multimediaredacteur Wouter Bax wel al lekker mee praat), indien wenselijk mij uitnodigen voor een uitgebreide reactie op alle respons die ik krijg (vooral via Facebook overigens), andere columnisten in haar dossier over de toekomst van de krant aan het woord laten, enzovoorts. Met andere woorden: deelnemen aan het gesprek in plaats van proberen het te controleren.

EERSTE UPDATE [zondagochtend 13.12]: de krant heeft uiteindelijk gereageerd - het stuk kreeg niet meteen aandacht vanwege alle onrust en tumult op de redactie vanwege de gedwongen ontslagen. Vanzelfsprekend kan ik me bij die onrust iets voorstellen - tenslotte heb ik precies over dit onderwerp de laatste jaren onderzoek gedaan. Deze ervaring geeft een aantal zaken aan, waarbij voorop staat hoe idioot het is voor een werkgever in de media om haar talent te passeren in de overwegingen over de toekomst van het bedrijf.

Werk in de media heeft een sterk informeel en emotioneel karakter. Dat betekent aan de ene kant veel kwetsbare ego's, aan de andere kant staat of valt de kwaliteit van je produkt(ie) bij de gratie van het moreel op de werkvloer.

Een andere kant van deze ervaring is de miscommunicatie tussen een door nieuwe media verwende wetenschapper en de houding van een medium dat gewend is als poortwachter tot opinies en het nieuws te functioneren. De krant is natuurlijk al lang geen poortwachter meer - dat is iedereen. Ik had blijkbaar niet het geduld om rustig te wachten op een gewogen oordeel van de redactie. Het gaat niet te ver om aan te nemen dat in deze kleine miscommunicatie veel van het leed van kranten (niet: van journalisten) besloten ligt.

Tot slot: de krant is alsnog van plan het stukje te publiceren, later deze week. Dat is mooi - ze hadden het, na mijn aktie op deze blog, gerust kunnen versnipperen. Dat strekt de redactie tot eer en bevestigdt in feite mijn argument: de toekomst van de krant is niet aan het medium, maar aan (het talent van) de journalisten.

EERDER OP DEZE BLOG [zaterdagochtend 12.12]: Eerder deze week kreeg ik het vriendelijke verzoek van de opinie-redactie van dagblad Trouw om een Podium-essay bij te dragen aan het dossier over de toekomst van kranten. De krant vroeg me dit
"zo spoedig als mogelijk"
aan te leveren, gezien de actualiteit van het onderwerp en de aanhoudende bezuinigingen en ontslagen in de journalistiek.

Dat is/was een mooie uitdaging, en de dag na de uitnodiging leverde ik een kort stuk (iets meer dan 700 woorden) in. Sindsdien heb ik niets meer vernomen van de krant. Dat kan heel waarschijnlijk betekenen dat mijn bijdrage van een dermate beschamend niveau is, dat deze niet geplaatst kan worden. Prima, maar dan zou het toch netjes zijn zoiets te melden ("Dank voor uw bijdrage, maar helaas zijn er op dit moment andere onderwerpen die onze aandacht vragen").

Of het verhaal sluit niet aan bij wat er van me verwacht werd - ook daarvoor is een standaard-bericht een goede optie. Of de situatie zegt iets over de toekomst van kranten: het, ondanks alle goede bedoelingen, toch onvermijdelijk achter de feiten (en opinie) aanlopen van het medium en het creatieve proces van de dagbladjournalistiek.

Ach, ik vermoed dat mijn verhaal simpelweg niet goed of aardig genoeg is/was. Shit happens.
Omdat ik niet zomaar 700 woorden schrijf, laat ik ze toch maar hieronder reproduceren. Hetgeen ik, zogezegd, ter vernietiging aanbied.

Datum: 9 December 2009

De Toekomst van de Krant

Opiniebijdrage voor: Trouw

Als het gaat om voorspellingen die met technologie te maken hebben, lijden we vaak aan een collectieve bijziendheid: we hebben de neiging om te overschatten wat er op korte termijn zal gebeuren, terwijl we onderschatten wat er op de lange termijn allemaal verandert. Vijf jaar geleden kende niemand YouTube of Hyves, nu kunnen velen niet meer zonder. Het gesprek over de toekomst van de krant is daarmee volstrekt nutteloos. In het kort: over vijf of tien jaar zal er heus nog wel hier en daar een dagblad verschijnen: wat sterk geconcentreerde regionale titels, een enkele dure landelijke kwaliteitskrant, een tweetal gratis bladen op tabloidformaat. Over dertig tot veertig jaar zijn deze allemaal verdwenen.

Niets van dit alles heeft te maken met de kwaliteit van het nieuws, de dwang van de markt, of de alsmaar voortrazende technologie. Als dit wel zo zou zijn, is de toekomst van de krant belachelijk simpel: investeer in nieuwe genres en goede beroepsopleidingen, werk samen met commerciële partners en marktonderzoekers om een aantrekkelijk product aan te bieden, investeer in digitale toepassingen en internet. Oeps. Laat dat nou precies zijn, wat uitgevers de laatste tien tot twintig jaar gedaan hebben.

Zonder enig gevolg.

Wat achter de geleidelijke teloorgang van de krant schuilt is een veranderende manier van samen leven. Het is inmiddels bijna een cliché: we leven een digitaal leven, ondergedompeld in media, zijn altijd en overal bereikbaar. Ons mediagebruik - en vooral dat van jongeren - schuift langzaam maar zeker op naar apparaten en functies, die met elkaar gemeen hebben dat ze draagbaar, draadloos, convergent en genetwerkt zijn: het beste voorbeeld daarvan is wel de eigentijdse mobiele telefoon, waarbij activiteiten als bellen, mailen, chatten, websurfen, fotograferen, televisiekijken en (alleen of samen met anderen) spelletjes spelen volledig door elkaar heen lopen. Het leven is vergeven van al dan niet nieuwe media, welke media steeds dieper doordringen in ons bestaan, variërend van de apparaten die we elke dag gebruiken, via de wijze waarop we communiceren en alledaagse beslissingen nemen, tot aan de manier waarop we de wereld om ons heen zien en begrijpen. We leven met andere woorden niet meer met media, maar in media.

Aan de ene kant draagt ons leven in media bij aan een gevoel van diepe verbondenheid met anderen. Deze gedeelde identiteit is er echter wel een zonder wortels, dat wil zeggen: zonder noodzakelijke band met een specifieke plaats of tijd. Je kunt je uiterst verbonden voelen met mensen en opvattingen waar dan ook - en die verbondenheid intiem beleven via virtuele gemeenschappen en sociale netwerken. Voorheen was dit een min of meer exclusieve functie van massamedia zoals de krant en het NOS Journaal. Niet voor niets werd de journalistiek wel omschreven als het 'sociale cement' van de samenleving. Nu is iedereen in staat om zijn of haar wereldbeeld te delen en vergelijken met een in potentie wereldpubliek.

Aan de andere kant bestaat een leven in media in feite uit een eindeloze reeks hoogstpersoonlijke en gefragmenteerde ervaringen. Al onze technologische apparaten en handelingen zijn er op ingesteld om aangepast te (kunnen) worden aan onze individuele wensen en voorkeuren. Hiermee wordt de ervaring van een leven in media een vorm van 'samen alleen' zijn, waarbij iedereen communiceert en het nog maar de vraag is wie er nog luistert.

De krant verdwijnt, omdat het als medium niet past bij een samenleving van samen alleen zijn. Dat wil echter niet zeggen dat de journalistiek als beroep geen aansluiting bij de burger kan vinden. Dat moet alleen gebeuren in een andere vorm, met een nieuwe organisatie, buiten het bereik en de agenda's van de bestaande instituten die het vak bewaken - en daarmee doel ik met alle respect op de bestaande omroepbedrijven en uitgeverijen.

Wat opvalt bij de studie van nieuwsbedrijven, is dat de meeste journalisten geen zeggenschap hebben of voelen wat betreft de broodnodige creativiteit en innovatie in het vak - terwijl ze tegelijkertijd hun banen (en publiek) zien verdwijnen. Als je met dit vak een salaris wilt verdienen, wacht dan niet (meer) op de enkele teerling, welke je vanuit de gebouwen van Wegener of de Persgroep toegeworpen krijgt. De toekomst ligt bij het zelf organiseren van nieuwe werkvormen en netwerken van journalisten in binnen- en buitenland die alleen of samen werken aan mooie verhalen voor verschillende media. Die toekomst is, met andere woorden, niet noodzakelijkerwijs aan de krant.