Women in Journalism

Let's not pretend that the sexual harassment cases at Fox News of Roger Ailes and Bill O'Reilly are particular to those men or that network. These are high profile examples of a fundamental feature of media work, where a generally informal office culture masks a deeply hierarchical, competitive, and emotionally charged working environment. These features of media work both inspire creativity and camaraderie, as they lead to all kinds of abuse - which in historically male-dominated professions tend to manifest most profoundly in workplace sexism and misogyny.

From my own research on the working cultures in the media industry - with a specific focus on the experiences of women in journalism - it seems such workplace sexism overall is getting less overt and conspicuous, but it is still there. It also seems to be done less particularly by men to women, and more by people in charge or otherwise in positions of power (that sometimes include women) to those dependent on them.

The trickiness of the current situation is that the informality and intimacy throughout the cultural sector (including, but not limited to journalism) are both necessary ingredients for creativity to blossom as they are part of why there is a persistent problem with 'the Isms' such as sexism, racism, and ageism throughout the media sector - both onscreen and offscreen.

This year, the Dutch professional association for women in journalism, Vrouw & Media, celebrates its 35th anniversary. I am proud to participate in their work by contributing an essay -in Dutch- written with Vrouw & Media chairwoman Klaske Tameling on what the current state of research has to say about the role and position and experience of women in journalism in the Netherlands. The piece, copied below, appeared in Villamedia magazine (April 2, 2017).


Vrouw & Media na 35 jaar nog altijd onmisbaar

Door Klaske Tameling en Mark Deuze

De krant is een meneer en de journalistiek is een mannenberoep. Zo concludeerden de onderzoekers in het boek ‘Voor Zover Plaats aan de Perstafel’ uit 1986 waarin de positie van vrouwen in de journalistiek in kaart werd gebracht. Sindsdien is – een enkele uitzondering daargelaten – geen fundamenteel onderzoek meer verricht over de rol, positie en ervaring van vrouwen in het vak. Wie vandaag rondloopt op een nieuwsredactie in Nederland zal concluderen: aan vrouwen geen gebrek. Ook tijdens bijeenkomsten van belangenorganisaties en borrels voor freelancers zijn vrouwen zelfs vaak in de meerderheid.

Het lijkt daarom overbodig om nog steeds dezelfde vragen te stellen die in de jaren tachtig van de vorige eeuw courant waren: hebben vrouwen wel een plek aan de perstafel, zijn zij aanwezig bij de redactievergadering, worden ze serieus genomen als collega? Het antwoord op al die vragen is: ja. Dat zou kunnen suggereren dat tegenwoordig geen sprake meer is van ongelijkheid op basis van sekse of gender. Het tegenovergestelde is helaas het geval. In de hele nieuwsindustrie is anno 2017 nog steeds sprake van een glazen plafond, een loonkloof, seksisme op de werkvloer en een draaideur-effect. Het werk van een aparte belangenorganisatie voor vrouwelijke journalisten is juist van groot belang – vooral nu de meerderheid van alle nieuwe journalisten vrouw is.

Vrouwen zijn in de beeldvorming nog altijd ondervertegenwoordigd. Ook de meest recente inhoudsanalyses tonen consequent aan dat vrouwen in verhouding met mannen minder zichtbaar zijn in het nieuws. Daarbij zijn vrouwen vooral te zien in ‘zachte’ nieuwsthema’s zoals cultuur en welzijn, terwijl ze consequent minder het woord krijgen bij dominante journalistieke thema’s zoals politiek en economie. Eind 2016 deed masterstudente Melanie Zierse een inhoudsanalyse bij het NOS Journaal en bij RTL Nieuws. Ruim driekwart van de items werden gepresenteerd door mannelijke verslaggevers, daarbij in respectievelijk 65 en 71 procent van de items gebruik makend van mannelijke bronnen.

Geconfronteerd met de resultaten van haar onderzoek reageerden de RTL-redacteuren verrast. “Op de redacties wordt bijna nooit gesproken over de scheve verhoudingen bij verslaggevers en bronnen. Het wordt niet als probleem gezien,” concludeert de onderzoeker. Ook in journalistieke talkshows op de Nederlandse televisie ontbreken vrouwen. Onderzoeksbureau Motivaction analyseerde in 2016 in totaal  164 uitzendingen van De Wereld Draait Door, Pauw afgewisseld met Jinek, Nieuwsuur en RTL Late Night. uit een totaal aantal van 936 tafelgasten was slechts 30 procent vrouw.

Naast deze inhoudelijke verschillen is ook de samenstelling van de beroepsgroep eerder ongelijk dan volwaardig geëmancipeerd. Zo zijn hoofdredacties van de belangrijkste landelijke en regionale nieuwsmedia bijna volledig samengesteld uit (blanke) heren en is de managementlaag van de sector eveneens nagenoeg uitsluitend een herenclub. Ook al neemt het aandeel vrouwen in de journalistieke beroepsgroep gestaag toe, er zijn ook zorgelijke ontwikkelingen als we dieper in de cijfers duiken.

Onderzoek toont aan dat het aandeel vrouwelijke journalisten de laatste decennia aanzienlijk gestegen is. In 1899 was drie procent van alle journalisten in Nederland vrouw en in 1968 was dit vijf procent. Bij de oprichting van de Stichting Vrouw & Media in 1982 was ongeveer tien procent van alle journalisten in Nederland vrouw; in 1993 steeg dat percentage naar 20 en in 1999 maakten vrouwen 34 procent uit van de journalistiek als beroep. Tien jaar later, bij de laatste representatieve telling, bleef dit getal voor het eerst nagenoeg hetzelfde: 35 procent. De vervrouwelijking van de journalistiek zet zich voort, maar vertraagt de laatste jaren daar waar het gaat om redacteuren in vaste dienst.

Bij de meest recente trends is iets interessants aan de hand. In de eerste plaats doet de vervrouwelijking van de journalistiek zich vooral voor onder nieuwkomers: in 1999 was in Nederland de man-vrouw verhouding onder jongere journalisten (jonger dan 35 jaar) precies gelijk; in 2010 was het aandeel vrouwen in deze leeftijdscategorie 62 procent. Van de afgestudeerden van Nederlandse opleidingen journalistiek (zowel HBO als Master) is volgens cijfers van het CBS en enquêtes onder studenten bijna tweederde vrouw. In de serie jaarlijkse surveys van onderzoeksbureau Pyrrhula onder zelfstandigen blijkt dat een vergelijkbare meerderheid van de freelancers jonger dan 35 jaar vrouw is.

Parallel met deze instroom van vooral jonge vrouwen in de journalistiek zijn de arbeidsomstandigheden ingrijpend veranderd. Verreweg de meeste nieuwkomers gaan freelance of in allerlei impermanente constructies (zoals werkervaringsplaatsen, verlengde stages, invalbeurten en op projectbasis) aan de slag. Het beeld van nieuwkomers in de journalistiek als jong, vrouw, hoog opgeleid en zelfstandig werkend sluit aan bij internationaal vergelijkend onderzoek onder journalisten. Vrouwen die in het verleden in de journalistiek - meer dan mannen - kozen (of gedwongen werden te kiezen) voor tijdelijke of anderszins flexibele dienstverbanden zijn nu overwegend werkzaam als zelfstandige.

De positie van freelancers – en daarmee van een grote groep vrouwen - is zorgelijk. Freelancers hebben te maken met grote arbeidsonzekerheid en ongunstige werkvoorwaarden. Onderzoek in binnen- en buitenland toont aan dat freelancers geconfronteerd worden met een hogere werkdruk en een hoger risico op burn-out dan journalisten onder contract. Daarbij zijn de tarieven voor freelancers de laatste tien jaar flink gedaald en bijna de helft van journalistieke zelfstandigen zegt niet of amper rond te kunnen komen van freelance journalistiek werk.

De structurele verschillen tussen mannen en vrouwen – ondanks alle sociale en culturele transformaties van de laatste decennia – blijven niet beperkt tot de representativiteit van de nieuwsinhoud, het management, de redacties en beroepsgroep. Uit een aantal deelstudies tussen 2015 en 2017 van Lisa Koetsenruijter, Marjon op de Woerd, Charlot Verlouw en Hatixhe Raba, die onderzoek deden op de redacties van NRC, Trouw, NOS Journaal, RTL Nieuws en onder freelancers, blijkt dat vrouwen zich – dikwijls onbewust – nog steeds aanpassen aan een van oorsprong mannelijke redactiecultuur.

Wat zij aan de hand van enquêtes, focus-groepen en diepte-interviews vaststellen, is dat journalisten aan de ene kant opmerken dat promotiekansen en redactionele beslissingen niet aan seksisme of discriminatie onderhevig zijn. Eenmaal geconfronteerd met het ontbreken van vrouwen aan de top, onder verslaggevers en als nieuwsbron of expert, wijten vrouwelijke journalisten dit aan zichzelf: ze zouden te weinig ambitie hebben of denken dat ze niet geschikt zijn. Zoals een journaliste opmerkte bij een interview: “Ik ben een keer eerder gevraagd voor een plek in de hoofdredactie. Toen heb ik nee gezegd omdat ik vond dat ik het niet kon.” Dezelfde zelfkritiek wordt toegepast bij de verklaring van de loonkloof tussen mannelijke en vrouwelijke journalisten: vrouwen zouden niet goed zijn in onderhandelingen.

Bij de oorspronkelijke mannelijke redactiecultuur hoorde seksisme jegens vrouwen. Dat soort gedrag is vandaag niet verdwenen: van rokkenjagers en haantjesgedrag op redacties is nog altijd sprake, zo blijkt uit interviews. Seksisme is veelal niet meer zo openlijk. Veel geïnterviewden zeggen in eerste instantie dat ze er zich niks bij kunnen voorstellen. Bij doorvragen blijkt echter dat voornamelijk oudere collega’s nog wel eens opmerkingen maken. “Nou, er zijn wel een paar collega's die heel erg naar je borsten kijken. Dat vind ik een beetje sneu.” Los van dit soort ervaringen merken de geïnterviewde journalisten op dat ze aan de ene kant steeds meer (of zelfs vooral) vrouwen om zich heen zien, maar dat de wereld van de journalistiek daarmee niet verandert: de concurrentie is hoog, salaris en tarieven laag en de werkdruk groot. Vrouwen geven aan dolblij te zijn om in de journalistiek werkzaam te zijn en nemen de ‘mannelijke’ omstandigheden voor lief. Journalistieke omgangs- en werkvormen, conventies, tradities en praktijken komen voort uit een professionele cultuur die tot voor kort gedomineerd en daarmee bepaald werd door mannen, en wordt – getuige bijvoorbeeld de zelfkritiek - geïnternaliseerd.

Doet het er eigenlijk toe wie journalist is? Maakt het uit of de beroepsgroep vrouwen op alle niveaus telt, of er sprake is van evenwicht qua diversiteit in achtergrond, perspectief en traditie? Het antwoord op deze vraag is een volmondig ‘nee’ als bovenstaande condities van de journalistiek niet aantoonbaar ongelijk zouden zijn.