Speaking Tour Fall 2017/Spring 2018

[updated: 24.10.17] Just listing a couple of places and dates for my current speaking tour. With sincere thanks to colleagues and friends in Australia, Spain, Scotland, Sweden, Germany, Finland and the United States for inviting me over! Generally these are public talks, so if you're around please drop by and say hi.

  • 11 December 2017

1130-1300 Invited speaker at the Universität der Bundeswehr München, Germany.

  • 12 December 2017

10-1200: Guest lecture at the Department of Communication Studies and Media Research, LMU Munich.

  • 23 January 2018

9-1100: Research seminar at the Department of Media Studies at Stockholm University, Sweden.

Afternoon: research seminar the Department of Media & Communication Studies, Södertörn University.

  • 25 January 2018

Invited speaker at a Music Innovation Network Inner Scandinavia seminar at Karlstad University, Sweden.

  • 1 February 2018

noon-13:30: Roundtable at the Department of Communication at Stanford University, Palo Alto, USA.

  • 2-4 February 2018

Invited participant at the Social Science Foo Camp of Facebook, O'Reilly Media and SAGE at Facebook HQ, Menlo Park, USA.

  • 10 March 2018

Keynote speaker at Edinburgh University's Institute for Advanced Studies in the Humanities, Scotland.

  • 23 March 2018

Invited speaker at a national journalism conference at Tampere University in Tampere, Finland.

  • 6-9 May 2018

Paper presenter (with Oscar Westlund) at the World Media Economics and Management Conference in Cape Town, South Africa.

Speaking Engagements on Beyond Journalism and Media Life in Summer/Fall 2017

Excited to be going back on the road again after a hiatus for almost a year... I will be presenting research from our ongoing project on Beyond Journalism, as well as new insights related to a Dutch-language book project and follow-up to Media Life. Both of these books are scheduled to appear in 2018! Hope to catch you at one of these places and dates:

19 May 2017
Keynote at the ECREA Media Education 'Trial and Error' conference of 18/19 May in Tilburg, The Netherlands.

24-28 May 2017
Several presentations at the ICA Annual Conference (and Preconference) of 24-29 May in San Diego, USA.

3 July 2017
Keynote at the International congress about new narratives of the Universidad Autonoma in Barcelona, Spain.

14/5 September 2017
Presentation at the Future of Journalism conference at Cardiff University in Cardiff, UK.

12 October 2017
Presentation at the AllWeb conference in Tirana, Albania.
 
16-17 November 2017
Invited speaker at the postgraduate program in Journalism at the University of Malaga, Spain.

(date TBC) January 25, 2018
Invited speaker at a Music Innovation Network Inner Scandinavia seminar at Karlstad University, Sweden.



Als Niemand Meer Luistert


Op donderdag 12 februari 2015 mag ik de jaarlijkse Van Markenlezing uitspreken. Deze eervolle gelegenheid wordt georganiseerd door Logeion, de beroepsorganisatie voor communicatieprofessionals in Nederland.

Deze lezing wil ik graag aangrijpen om een aantal onderzoekslijnen uit mijn werk in het heden en verleden bij elkaar te brengen, met name de idee van ons leven in media en het management van mediawerk.

Ook al ben ik al sinds 2007 bezig met het Media Life project, juist in onze hedendaagse tijd zien we hoe ons leven zich in, en niet met, media af speelt. Zoals Zygmunt Bauman het onlangs stelde, het is geen toeval dat juist mediawerkers tegenwoordig het doelwit zijn van terroristen - zoals bij de misselijkmakende onthoofdingen van freelance journalisten in Syrië en de moorden op redacteuren van een satirisch magazine in Frankrijk. In de woorden van Bauman:
"In our media-dominated information society people employed in constructing and distributing information moved or have been moved to the centre of the scene on which the drama of human coexistence is staged and seen to be played."
Met deze uitspraak en de recente gebeurtenissen in Parijs zal mijn Van Markenlezing beginnen. Waar ik de lezing ook voor zal gebruiken, is om de eerste, weliswaar zeer prille, resultaten te presenteren van een grootschalig onderzoek dat ik samen met collega Tamara Witschge (Universiteit Groningen) en studenten van de masteropleiding Journalistiek van de Universiteit van Amsterdam uitvoer.

Dit onderzoek richt zich middels een uitgebreide serie van case studies op nieuwe ondernemingsvormen in de journalistiek en media. We werken daarbij ook samen met het MultipleJournalism.org project van Bregtje van der Haak (VPRO Tegenlicht). Voor de Van Markenlezing zal ik de eerste resultaten presenteren van case studies naar bijzondere journalistieke startups in Nederland, Frankrijk, Italië, Colombia, Brazilië, Iran en de Verenigde Staten.

Op basis van deze combinatie van projecten, nieuw onderzoeksmateriaal en laatste inzichten hoop ik iets zinnigs te kunnen zeggen over de overlevingsstrategie voor mensen (die zenden) in de journalistiek, media en communicatie in een samenleving waarin niemand meer luistert.

De lezing is open toegankelijk (ook al zit er een stevig prijskaartje aan vast), donderdag 12 februari 2015 van 15:00 uur tot 18:00 uur in De Nieuwe Energie te Leiden. De organisatie belooft vuurwerk; ik beloof kruit, lont en lucifers. 

Beyond Journalism Speaking Dates 2015


Per Fall 2014, Tamara Witschge (University of Groningen) and I are engaging in a large-scale project investigating entrepreneurialism in journalism and society. Our project - culminating in a book titled Beyond Journalism which we hope to publish with Polity Press in 2016 or 2017 - in the first wave involves a series of pilot studies (based on the case study research method) of journalism startups around the world. The legwork for this project is partly done by the talented students of our masters program in Journalistiek en Media (Dutch language) at the University of Amsterdam.

Coinciding this project, Tamara and I (sometimes together, sometimes alone) will speak and participate at various conferences and discussions on entrepreneurial journalism. Below are the dates and details of these engagements - updates will follow throughout the year. Please drop by and talk with us about projects of mutual interest and concern!

January 15: Conference on "Leren van scripties" at Leiden University, Leiden, The Netherlands.
January 22: Panel debate on Entrepreneurial Journalism at Windesheim College, Zwolle, The Netherlands.
February 12: Keynote on "De journalist als ondernemer" at the Logeion conference, Leiden, The Netherlands.
February 23: Guest talk on "Media entrepreneurship" at Media & Journalistiek of Erasmus University, Rotterdam, The Netherlands.
February 27: Participants at the Journalism Entrepreneurship Summit at Google Campus, London, UK.
March 13: Participants at the graduation seminar on journalism entrepreneurship at the Journalistiek en Media MA, University of Amsterdam, Amsterdam, The Netherlands.
March 23-24: Visiting Professor at the Faculty of Social Studies of Masaryk University, Brno, Czech Republic. 
April 10-11: Speaker at the Online Journalism Conference of Northwestern University, Chicago, US.
April 16-18: Speaker on "Startup journalism" at the International Journalism Festival, Perugia, Italy.

More dates and details TBA.


Journalism, Media Life and The Entrepreneurial Society

Update [27.02.15]: A version of the English-language paper has been published in the Australian Journalism Review.

Update [18.11.14]: An English-language working paper version can be downloaded through ResearchGate as well as Academia; please send me your thoughts and comments!

Excited to announce the publication of a new essay on journalism, media life and the entrepreneurial society (in Portuguese). This essay is part of a special issue on the labor market of journalism of the Brazilian academic journal Parágrafo, edited by Rafael Grohmann and published by the FIAM-FAAM University in São Paulo.

It is the first of what I hope will be many more forthcoming works on linking the concepts of my earlier work (on media work and media life) to an appreciation of precarious life (and work) in a world that has made all of us into 'entrepreneurs': risk-takers without reliable reward structures, pattern-breakers without trustworhty guardians or mentors, people expected to perform and produce on the basis of less-than-vague expectations and living in the illusion of control that a quantified 'everything' entails... 

Link to the entire special issue: Parágrafo 2(2).
Link to the essay: "Ojornalismo, a vida na mídia e a sociedade empreendedor"

At the moment, I am rewriting this piece for a future publication in English; feel free to contact me for more information. This essay is part of a larger project titled "Beyond Journalism" (together with Tamara Witschge); the project, originally conceived in 2007, has been put on hold for a while - to work on the media life project - but is now back in full swing :-)

Meedoen of toekijken: de journalist en sociale media

[Dit is een essay ter gelegenheid van het openbaar symposium 'Journalistiek en sociale media: de balans' van de masteropleiding Journalistiek en Media van de Universiteit van Amsterdam, vrijdag 14 maart 2014]

Brits marktonderzoek, uitgevoerd onder 1.200 mensen in 2014, laat zien dat 59 procent van mensen op Twitter tenminste één journalist of krant volgen. Iets minder dan helft volgt specifiek een journalist; sterker nog: sommige individuele journalisten hebben meer volgers dan de krant waarvoor ze werken. Daar komt bij dat mensen die journalisten op Twitter volgen veel actiever zijn dan anderen – zij versturen bijvoorbeeld twee keer zoveel tweets als de mensen die geen journalisten volgen. Deze bevindingen sluiten aan bij ons internationaal onderzoek (met Leopoldina Fortunati en Federico de Luca in 2013) onder nieuwsconsumenten in Italië, Frankrijk, Spanje, Engeland en Duitsland. Mensen die het nieuws volgen zijn vaker actief met journalisten en journalistiek online en vice versa. 

Er lijkt voor journalisten een wereld te winnen bij het actief inzetten van sociale media in hun werk. Aan de ene kant zijn er tal van bewijzen dat de journalistiek zich inderdaad steeds nadrukkelijker manifesteert op sociale media. Dat krijgt de vorm van het inzetten van het publiek bij nieuwsgaring en het checken van informatie (zoals bijvoorbeeld bij GuardianWitness), voor het verzamelen van ooggetuigenverslagen en persoonlijke indrukken bij het nieuws (denk aan CNN’s iReport), het publiceren van nieuws (zichtbaar in de 'digital first' strategie zoals aangekondigd bij De Volkskrant) en voor het promoten van het eigen merk als journalist dan wel als nieuwstitel. 

Aan de andere kant wijzen studies onder journalisten op een nogal ambivalente houding ten opzichte van sociale media. Dat is deels zichtbaar door te kijken naar wat journalisten nu eigenlijk precies doen met sociale media – zoals Twitter en Facebook. Hieruit blijkt stelselmatig dat het toch vooral gaat om het zenden van informatie en dat er van daadwerkelijke interactie met het publiek of bronnen betrekkelijk weinig beklijft. 

Hoewel bijna iedereen sociale media belangrijk vindt en verwacht dat de toekomst van het vak niet los gezien kan worden van sociale media, blijkt in de dagelijkse praktijk dat het professioneel toepassen van sociale media soms botst met de belangen van de nieuwsorganisatie aan de ene kant en de persoonlijke visie van de journalist anderzijds. Jaarlijks onderzoek onder een kleine 600 Britse journalisten in 2011, 2012 en 2013 (door wetenschappers van de Canterbury Christ Church University) laat zien dat ze steeds meer gebruik maken van sociale media in hun werk – 42 procent zegt het vak zelfs niet meer zonder te kunnen uitvoeren – en tegelijkertijd zeer ambivalent zijn ten opzichte van de eventuele toegevoegde waarde voor de journalistiek. 

Dat beeld zien we ook in Nederland terug. Jeroen Smit voerde in 2013 samen met Tamara Witschge en Eva Schram een enquête uit onder bijna 600 dagbladjournalisten over hun visie op de toekomst van het vak. De overgrote meerderheid (89 procent) vond dat in de toekomst sociale media moeten worden ingezet bij het vinden van verhalen. Ook merkten de meeste respondenten op dat er in op de redactie nog weinig in online geïnvesteerd wordt. Eerder onderzoek onder ruim duizend Nederlandse journalisten (uitgevoerd door Liesbeth Hermans, Maurice Vergeer en Alexander Pleijter in 2010) liet zien dat de overgrote meerderheid sociale media zoals Facebook of Twitter zelden of nooit gebruikte om contact te onderhouden met relaties of informanten, dan wel om nieuwe contacten op die manier aan te boren – ook al waren diezelfde journalisten bijna unaniem van mening dat internet een nuttig instrument is voor hun journalistieke werk. 

Los van studies op redacties nemen sociale media een dominante rol in bij het werk van freelancers en ZZP’ers in de journalistiek. In een recente survey onder 847 Nederlandse freelance journalisten (uitgevoerd in oktober 2013) vindt de meerderheid (69 procent) dat met de komst van internet zij zich meer van hun collega’s zullen moeten gaan onderscheiden. Het toepassen van sociale media voor het profileren van het eigen merk en specialisme speelt daarbij een cruciale rol. Volgens de laatste telling (uit 2010) werken tenminste 44 procent van alle journalisten in Nederland exclusief als freelancer; dit percentage is meer dan verdubbeld in de laatste tien jaar. 

Hieruit komt een beeld naar voren van een beroepsgroep die – door een breed gedeelde perceptie dan wel effectief gebruik - niet meer buiten sociale media kan en daarbij op zoek is naar een professionele houding in deze netwerken. De zoektocht gaat vooralsnog alle kanten op. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de genoemde ambivalentie ten opzichte van de veronderstelde zegeningen van sociale media en uit het feit dat tal van nieuwsbedrijven en redacties bezig zijn met het ontwikkelen of aanscherpen van formele richtlijnen voor het beroepsmatig gebruik ervan (zoals ook bij onze Zuiderburen). 

Redactionele richtlijnen zijn op zichzelf vaak expressies van de ambivalentie ten opzichte van sociale media, aangezien het veelal een lijst van handelingen betreft die journalisten vooral niet moeten doen. Alexander Pleijter merkt in dit verband op hoe deze codes bevestigen hoe belangrijk sociale media voor journalisten zijn, terwijl ze tegelijkertijd de journalist op allerlei manieren aan banden leggen bij het daadwerkelijk gebruiken van deze middelen. 

De journalistiek zit wat betreft sociale media in een situatie die in veel opzichten lijkt op de patstelling in het schaakspel. Sociale media in alle vrijheid omarmen is met name voor redacteuren die in vast of tijdelijk dienstverband bij nieuwsbedrijven werken geen optie – maar sociale media negeren is eveneens geen legitieme zet. Vaak blijven journalisten en deskundigen in dit debat vast zitten tussen al te naïeve lofzangen op de 'zegeningen' van sociale media en benauwende opsommingen van de 'gevaren' er van. 

Want het klinkt mooi: de journalist op Facebook, Twitter en verwante netwerken kan transparant zijn of haar werk doen, banden met het publiek onderhouden, de aandacht vestigen op publicatie van nieuws en achtergronden, in discussie gaan over de nasleep van verhalen en nieuwe bronnen en informatie aanboren. Aan de andere kant is de kans groot dat hierdoor allerlei voor het functioneren van de beroepsgroep wezenlijke grenzen vervagen: tussen journalist en burger, tussen nieuws en opinie, tussen feiten en meningen, tussen het professionele en het persoonlijke. Deze grensvervaging plaatst de journalist wellicht wat meer in de samenleving en tussen de mensen maar staat haaks op het gezag dat de journalistiek sinds de ontzuiling afgedwongen heeft juist door nadrukkelijk los van maatschappelijke belangen haar beroep uit te oefenen.

Hoewel de pleitbezorgers van een meer open, interactieve en transparante journalistiek – mijzelf incluis - enthousiast zijn over de mogelijkheden van sociale media negeren zij veelal het gegeven dat uit internationaal onderzoek (van Pablo Boczkowski) blijkt dat de gemiddelde nieuwsconsument eigenlijk helemaal niet zit te wachten op al die interactie – men wil gewoon nieuws, niets meer en niets minder. 

De sceptici lijken aan de andere kant uitsluitend uit te gaan van de journalistiek zoals deze in naam van (en in vast dienstverband bij) nieuwsbedrijven wordt gebezigd en onderschatten daarnaast de verwachtingen die in brede delen van de samenleving heersen ten opzichte van een meer responsieve houding van instituties (zoals de journalistiek en de politiek). 

Er zijn hele goede argumenten te maken voor en tegen een al te enthousiast gebruik van sociale media voor professionele journalisten – zo goed zelfs, dat het debat alle kanten op gaat en weinig houvast biedt. Misschien is het goed om een stap terug te doen en te reflecteren op wat sociale media eigenlijk precies zijn. Sociale media zijn het beste te beschouwen als een forse uitvergroting van het gesprek dat (een groot gedeelte van) de samenleving met zichzelf heeft. Er zijn hele goede redenen te bedenken waarom miljoenen mensen in Nederland en biljoenen wereldwijd elke dag weer sociale media bezoeken, bekijken, waarderen, invullen, aanvullen en doorsturen: 

  • Allereerst is er een sterk economisch motief: actief deelnemen aan sociale media heeft voordelen, want je bent op de hoogte van wat er speelt, je komt op het spoor van allerlei nieuwe gegevens, producten en ideeën, je komt er snel achter wat de beste restaurants zijn (op Yelp) en op wie je moet stemmen (via een digitale Stemwijzer). Het deels inleveren van je privacy lijkt daarbij een geringe prijs, met name onder jongeren.
  • Daarnaast is er een sociale reden om je leven (en dat van anderen) te delen in media: het behoort tot onze meest menselijke drijfveren om te zien en gezien te worden. In sociale media vervullen we onze behoefte tot erkenning.
  • Los van deze motieven hebben we ook een sterke psychologische beweegreden voor het actief gebruik van sociale media: de aandacht die we via deze netwerken krijgen werkt min of meer verslavend, zo blijkt uit onderzoek. Elke 'comment', 'like' en 'retweet' geeft ons een kick – ons brein produceert daarbij een klein beetje dopamine. Dat laat ons goed voelen en daardoor gaan we snel op zoek naar meer.
  • Tot slot suggereert werk van onder anderen Judith Donath (MIT) een krachtige biologische reden voor onze deelname aan sociale media: wat we daar doen lijkt nog het meest op de rituelen van primaten zoals elkaar ontvlooien, krabben, kammen, likken, aaien en strelen. Door ons gedrag in sociale media weten we waar we bij horen en hoe de spelregels van onze samenleving in elkaar steken.

Het is belangrijk om online sociale netwerken, hoe mensen zich daarin verhouden en de rol die dit soort netwerken spelen in het dagelijks leven niet als uitzonderlijk of uniek voor (nieuwe) media te zien. Hiermee wil ik aangeven dat het debat over het al dan niet gebruiken van sociale media in de journalistiek in eerste instantie niet zou moeten gaan over technologie, software of de voor- dan wel nadelen van Twitter, Facebook en andere platformen. Het gaat primair om de vraag, hoe je de rol als journalist ziet: als buitenstaander, autonome en neutrale waarnemer van het maatschappelijke veld, of als deelnemer, onlosmakelijk verbonden met de gemeenschap waarover je verslag doet. Dat zijn twee fundamenteel verschillende visies op het vak en voor beide perspectieven valt veel te zeggen. 

De buitenstaander kan op een geheel andere manier om gaan met sociale media als de deelnemer en voor hem of haar geldt daarmee direct een andere aanpak. Voor de journalist als buitenstaander, werkend vanuit een perspectief als objectieve waarnemer van hetgeen zich maatschappelijk manifesteert (of dat nu de prangende actualiteit of het historisch archief is) is het voor te stellen dat sociale media hooguit relevant zijn als bron (een van de velen) en het aankondigen, verspreiden en promoten van gepubliceerd werk. 

Een journalist die zichzelf en het vak veel eerder als deelnemer van het maatschappelijke debat en als onlosmakelijk onderdeel van de samenleving ziet heeft meer aan sociale media als gesprekspartner waarmee de journalistiek een meer 'menselijk' gezicht krijgt. 

Deze fundamentele reflectie op de rol en functie van de journalistiek staat niet op zichzelf en kan ook gevonden worden in de gezondheidszorg, de politiek, de advocatuur en tal van andere beroepen welke zich geconfronteerd zien met een wantrouwige en sceptische burger die online informatie heeft verzameld om het eigen gelijk en belang bevestigd te zien en institutionele autoriteit niet of nauwelijks erkent.

De rol van de journalist in sociale media biedt prachtige kansen tot fundamentele reflectie op wat journalistiek is en hoe journalisten zich beroepshalve tot de samenleving kunnen verhouden. Richtlijnen zijn in dit verband nuttig, maar niet als ze uit gaan van een negatieve grondhouding. Persoonlijke visie is essentieel, als deze maar verantwoordelijkheid voor journalistieke handelingen en gedrag insluit.

Als wetenschapper zie ik alleen voordelen bij het toepassen van sociale media in de journalistiek, al is het maar omdat hierdoor de fragiele en tegelijkertijd wezenlijke grenzen van het vak zichtbaar en bespreekbaar worden.

On The Road 2014

[last updated: February 5, 2014] As always, if you are around these places and times, please do not hesitate to drop by and say hello. Please note these dates are tentative and will get updated as soon as possible.

Check this previous post for PDF versions of (more or less recently published) work that informs many of these presentations, workshops, seminars and guest lectures.

Speaking dates in 2014 (with first some final dates in 2013):

December 12: Talking about media life at the ZEMKI research seminar of the University of Bremen, Germany (from 6-8pm).

December 17: Talking about managing media work at the Hogeschool van Amsterdam, The Netherlands.


January 23-24: On beyond journalism at the Rethinking Journalism II conference of the University of Groningen, The Netherlands.


January 27-31: Seminar on media life as part of the Media and Global Communication program at the University of Helsinki, Finland.


January 28: Guest lecture on media life at Tampere University, Finland.


February 5 - May 7: Every Wednesday evening a lecture on media life for the Institute for Interdisciplinary Studies of the University of Amsterdam, The Netherlands.

March 11: workshop on beyond journalism for the Dutch Publishers Association in Amsterdam, The Netherlands.

March 13: talk on beyond journalism for the annual ROOS conference of regional broadcasting organizations at hotel De Heerlickheijd in Ermelo, The Netherlands.

March 14: workshop "The Future of Journalistic Work" at the Reuters Institute for the Study of Journalism, Oxford University, UK. [postponed]

March 17: guest lecture on media life and beyond journalism at the Erasmus University, Rotterdam, The Netherlands.

March 21: talk on media life at the Labyrinth congress at Leiden University, The Netherlands.

April 25: inaugural lecture (part of my installment as Professor of Media Studies at the University of Amsterdam) in the Aula of the Oude Lutherse Kerk in Amsterdam, The Netherlands.

May 1-2: talk on beyond journalism at the International Summit on Reconstruction of Journalism in 
New York.

May 8: keynote on beyond journalism at the CIR
COM conference of the European Assocation of Regional Television in Cavtat, Croatia.

May 18-20: talk on media life (and zombies) at the "Oh Man Oh Machine" conference of Tel-Aviv University, Israel.

June 5-6: talk on media work at the "Affective Capitalism" symposium of the University of Turku, Finland.

June 26-27: keynote on media work at the 13th International Conference on Research in Advertising (ICORIA) of the European Advertisting Academy in Amsterdam, The Netherlands.

[to be confirmed] August: keynote at the 5º Simpósio de Ciberjornalismo, Brazil.

Presentaties in Juni en Juli 2013

Per 1 juni 2013 ben ik in dienst getreden als hoogleraar Mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam. De maand is direct een fijne volle maand met debatten, presentaties, en andere spreekbeurten in en rond Amsterdam over leven in media en de (toekomst van de) journalistiek. Mocht je in de buurt zijn, kom dan graag langs!

4 Juni: presentatie en workshop bij de Grote Freelancersdag 'Fun & Profit' van de NVJ. Locatie: De Observant, Stadhuisplein 7, Amersfoort. Start: 09:30 uur.

14 juni: presentatie en deelname debat in de serie 'De Verkenners' over de toekomst van de publieke omroep. Locatie: De Balie, Amsterdam. Start: 17:00 uur.

16 June: panel presentation at the 10th anniversary conference of the Department of Media and Communications of the London School of Economics. Location: Sheikh Zayed Theatre, New Academic Building, Sardinia Street, WC2A London, United Kingdom. Start: 08:45 am.

17 June: presentation at the 'Beyond The Brand' ICA pre-conference of the Popular Communication Division of the International Communication Association. Location: LSE, room 3.21, Old Building, London (UK). Start: 8:00 am.

19 June: panel presentation on "Post-Institutional Strategies in Media Work" at the International Communication Association annual conference. Location: Hilton Metropole Hotel, Balmoral room, London (UK). Start: 14:00pm.

20 juni: afsluitende spreekbeurt voor de debatavond 'Hoe werkt de journalist van morgen?' van de VOJN. Locatie: Dauphine, Prins Bernhardplein 175, Amsterdam. Start: 20:00 uur.

26 juni: dagvoorzitter van de 'Grote Expertisedag Nieuwe Media' van het Expertisecentrum Journalistiek en de NVJ Academy. Locatie: Universiteit van Amsterdam, James Watt straat 78, Amsterdam (zaal JWS 2). Start: 09:00 uur.

28 juni: presentatie voor de Journalism Studies dag van de Universiteit van Amsterdam. Locatie: Universiteitsbibliotheek.

4 July: two seminars for the World Journalism Education Congress (theme: 'Renewing Journalism Through Education'). Location: the Lamot Congress Centre and the Thomas More Mechelen (Belgium).


Terug In Nederland

Sinds kort ben ik na tien jaar in de Verenigde Staten gewerkt te hebben weer in Nederland. Ook keer ik, als wetenschapper, deels weer terug naar waar ik ooit mee begon: onderzoek en onderwijs over de journalistiek.

Met de ervaringen van Amerika, het schrijven en publiceren van vijf boeken en een kleine vijftig artikelen en hoofdstukken, en het bezoeken van landen en mediabedrijven over de hele wereld, is het een prachtige uitdaging om in eigen land dit alles toe te gaan passen.

In de tussentijd heb ik allerlei dingen geleerd – hoe het dagelijkse leven van mediawerkers in de Amerikaanse filmwereld eruit ziet bijvoorbeeld, of wat er allemaal komt kijken bij het management van een mediabedrijf, en wat de gevolgen (kunnen) zijn van een leven in media.

Het aardige van dit alles is, dat mijn terugkeer naar Nederland niet onopgemerkt is gebleven: verschillende journalisten hebben de tijd en moeite genomen om te informeren naar wat ik nu eigenlijk allemaal van plan ben. In mijn jeugdig (…) enthousiasme ben ik op die interview-verzoeken ingegaan… met interessante gevolgen. Mijn neiging om discussies op scherp te stellen, niet al te moeilijk te doen en vooral mijn openhartigheid hebben sommigen blijkbaar het gevoel gegeven dat ik niet weet waar ik het over heb, of zelfs dat ik geen hart heb voor de journalist(iek).

Dat is een bijzondere uitkomst, na ongeveer een week terug in Nederland. Het geeft aan hoezeer in dit land we op elkaar letten. Dat woorden gewikt en gewogen worden, dat mensen het gevoel hebben dat gemeenschappen met elkaar samenhangen op basis van consensus, dat we’re in this together. Dat is erg mooi en de afgelopen tien jaar was dit nadrukkelijk niet het geval. Dit was ook een van de redenen om terug te komen - maar ik besef dat ik er ook weer aan moet wennen... Dat is een mooie uitdaging.

Ook zie ik wat het verschil is tussen als wetenschapper in betrekkelijke eenzaamheid je werk te doen, en als hoofd van een opleiding – en daarmee een gemeenschappelijke visie en missie vertegenwoordigend – op te treden. Dat is nieuw voor me. Ook al spannend!

Opeens zijn mijn ideeën over de journalistieke arbeidspraktijk – waarin zelfstandig ondernemerschap, freelance werk, en deeltijdscontracten dominant zijn – voor sommigen controversieel. Terwijl dat toch echt de dagelijkse realiteit van meer dan de helft van alle journalisten is.

Een oproep aan het adres van aspirant-journalisten om de journalistiek zo breed en creatief mogelijk te beschouwen is door sommigen gezien als een aanklacht tegen journalisten die op redacties hard werken om mooie verhalen te produceren. Terwijl ik juist respect vraag voor het feit dat op al die redacties (deels vanwege het vervangen van vaste banen door deeltijd- een freelancecontracten) steeds meer werk door steeds minder mensen gedaan moet worden.

Dan is een waarschuwing tegen de neiging van redacties om te vervallen in group think wanneer zij om moeten gaan met maatschappelijke en technologische veranderingen – hetgeen een heel normaal verschijnsel is in alle vormen van collectief opererende organisaties (inclusief de universiteit), en niet betekent dat dit slecht zou zijn of verkeerd is – bewijs dat ik helemaal niets begrijp van de werkelijkheid van het journalistieke werk.

Dat zijn niet alleen begrijpelijke reacties – het zijn ook interessante voorbeelden van precies datgene, waar de kern van mijn uitspraken over gaat. Beroepen in de zogenaamde creatieve industrie – waar de journalistiek deel van uitmaakt – zijn essentieel voor de ontwikkeling, vorming, en duiding van de samenleving. Het zijn ook beroepen die, zowel economisch als technologisch – onder grote druk staan. Dat maakt het zulke bijzondere onderwerpen voor serieuze bestudering, en dit maakt het noodzakelijk om daar een brede, kritische, en open debat over te voeren waarin voor alle perspectieven ruimte moet zijn.

De soms emotionele reacties op mijn uitspraken – zowel in positieve als in negatieve zin – zijn vooral bewijs van de persoonlijke investering en de individuele passie waarmee mensen in de journalistiek hun werk doen. Het is precies die passie, dat plezier, dit oprechte engagement dat mijn onderzoeksgebied is, dat ik in mijn colleges en presentaties probeer uit te dragen, en waar ik als hoofd van de Master Journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam voor sta! 

De komende maanden ga ik op bezoek bij de redacties van Nederlandse mediabedrijven, bij nieuwscollectieven en bij ZZP’ers in de journalistiek. 

Ik ga uitgebreid praten met onze docenten, staf, en studenten van vroeger en nu. Samen met organisaties als het Stimuleringsfonds voor de Pers, de VVOJ en de NVJ, het Expertisecentrum Journalistiek en andere organisaties ga ik graag de discussie aan over het vak. 

En ik zoek de collega’s in de wetenschap – te Groningen, Rotterdam, Amsterdam (VU en UvA), Utrecht, Tilburg, Nijmegen, Leuven, Antwerpen en verder – op om te zien hoe we kunnen samenwerken om het vak van de journalist nog beter te bedienen met heldere, kritische, en respectvolle informatie en inzichten.

Iedereen die zich aangesproken voelt is daarnaast van harte welkom om langs te komen in kamer 2.11 van het Departement Mediastudies in Amsterdam. Wacht wellicht nog even tot medio juli - want dan komt mijn meubilair pas aan uit New York...


Los van dit alles zijn alle nieuwsmedia vanzelfsprekend zombie-instellingen en is de beste journalist een DJ. Maar ja, dat spreekt voor zich.

Beyond Journalism

UPDATE [November 2011]: After spending a couple of years first doing other things (most notably working on - and finishing - my book on Media Life, I am happy to report that this project is back on the agenda, starting in Spring/Summer 2012. I look forward to graduate student applications for this work, and welcome any and all ideas for collaboration.

Well, I'm really excited: just signed a contract for a new book, scheduled to come out in 2009 2015, with the working title "Beyond Journalism" (Polity Press). As usual, I'd appreciate any feedback and comments, and will post salient bits & pieces as I move along the creative process. For now, for your (and my) information, this is the rough outline of the writing project:

Beyond Journalism locates journalism in the context of digital culture, as this metaphor most adequately pinpoints contemporary concerns in the industry and academy about the changes and challenges facing the media. The book addresses these concerns in six key chapters:

Introduction: Journalism as Social Cement

I. Network Society, Network Journalism

• Key concept: Journalism as a networked practice of producing, editing, forwarding, sharing and debating public information

• Outline: Society today can best be understood in terms of what Manuel Castells calls a "networking logic", where forms of sociality are arranged and organized through connectivity and access to networks. Journalism in such a context therefore can be seen as a set of practices that provide access to networks both local and global - yet not necessarily national. This because, as I argue with Jurgen Habermas, in today's "post-national constellation" the national implies centralized control reinforced through the social systems of the market and politics communicating messages top-down using journalism as intermediary. A network journalism would be a journalism that defines connectivity and access as its primary goals of providing contemporary citizens with the means to self-govern.

II. Journalists, Citizens, Consumers

• Key concept: Journalism as a set of norms, values, and ideas practiced by professionals as well as amateurs

• Outline: Professional journalism has traditionally cast its publics more or less exclusively in terms of their role as audiences, which process tends to get validated through discourses of democratic empowerment (audiences as citizens) or market rhetoric (audiences as consumers). Contemporary publics are anything but citizens in the limited sense – that is, as voters or as candidates for public office – and in terms of their digital media rituals combine consumption with production. This trends gets amplified by the increasing use of users-as-producers by news organizations in an effort to co-opt the emergence of what Yochai Benkler (2006) calls "commons-based peer production" currently taking place online. A comprehensive articulation of journalists with citizens and consumers must therefore rethink the boundaries drawn between these roles.

III. The Local, the Global, and the Glocal

• Key concept: Journalism as an amplifier of globalization and hyperlocalism

• It is especially through media that for most people the world has become glocalized, as Roland Robertson (1995) would have it, where global products, peoples and ideas are re-appropriated locally and vice versa. In this context Barry Wellman signals a contemporary shift from group to glocalized relationships at work and in the community, defining this "glocalization" as a combination of intense local and extensive global interaction. Regarding the role of media in general and journalism in particular, it must be noted that the more communication happens in this networked electronic space, the more people assert their own culture and experience in their localities (as noted by Castells and others). Journalism can thus be seen both as an agent of local corrosion and global cohesion, and vice versa.

IV. Convergence Culture: Multimedia and Citizen Journalism

• Key concept: Journalism and convergence culture: between media, between users and producers

• Outline: Henry Jenkins (2006) typifies the emerging media ecology in terms of a convergence culture, defining the trend as: "[...] both a top-down corporate-driven process and a bottomup consumer-driven process. Media companies are learning how to accelerate the flow of media content across delivery channels to expand revenue opportunities, broaden markets and reinforce viewer commitments. Consumers are learning how to use these different media technologies to bring the flow of media more fully under their control and to interact with other users." Jenkins' approach aims to build a bridge between two different but equally important strands of thought regarding the way people respond and give meaning to the role ubiquitous and pervasive media play in their daily lives: participatory media production and individualized media consumption. This observation must be linked with an equally transformative process within media industries that convert their outputs into cross-media properties, stretching content across media as well as co-opting the creative acts of what Jay Rosen famously calls "The People Formerly Known As The Audience" (TPFKATA). Journalism thus becomes at once part of a disruptive top-down (multimedia newsrooms, repurposing content) and a bottom-up (participatory/open source/citizen journalism) process.

V. New Capitalism, Atypical Newswork, and Individual Creativities

• Key concept: Journalism as a Creative Industry

• Outline: Journalism has traditionally been considered as a cultural industry, as a profession primarily responsible for the industrial production and circulation of culture (Hesmondhalgh, 2002). In the ongoing academic debate on the definition of culture (or: cultural) industries media production tends to be emphasized as exclusive or particular to the field of action of the companies and corporations involved. In recent years policymakers, industry observers and scholars alike reconceptualized media work as taking place within a broad context of creative industries. John Hartley (2005) explicitly defines creative industries as an idea that: "seeks to describe the conceptual and practical convergence of the creative arts (individual talent) with cultural industries (mass scale), in the context of new media technologies (ICTs) within a new knowledge economy, for the use of newly interactive citizen-consumers." Journalism as a creative industry is an attempt to reconceptualize newswork in more complex terms that would acknowledge the interconnecting roles of commerce, content, connectivity and creativity in the journalistic process.

VI. What is Journalism?

• Key concepts: Ideology, Culture, Identity

• Outline: When discussing journalism, professional journalists tend to define themselves in ideological terms first - stressing their unique role in society as watchdogs, truth-seekers, and providing a public service. This value-system gets meaning through everyday practices and routines, which in turn impact upon the ways in which newsworkers experience or express their agency in making editorial decisions. This final chapter combines insights and primary data from surveys and interviews with journalists around the world in order to articulate the principal components of journalism's ideology, culture, and identity, and to discuss how the reconceptualizations of journalism as presented in the previous chapters may fit with these components. Ultimately this leads to a coherent and comprehensive definition of 'liquid journalism' – a journalism that truly works in the service of the network society, deeply respects the rights and privileges of each and every interactive citizen-consumer to be a maker and user of his or her own news, and embraces its role as - paraphrasing the late James Carey (1992) - amplifier of the multiple and concurrent conversations post-national society has with itself.

Conclusion: Liquid Journalism