INLEIDING

1.       WE LEVEN IN MEDIA

Ons huis is tot de nok toe gevuld met televisies, telefoons, tablets, computers, kranten, tijdschriften, boeken, platen en discs, muziekspelers, kabels, modems, routers en adapters. We leven te midden van allerlei technologie en deze media lijken zich te vermenigvuldigen. Apparaten zwerven door het huis: oudere televisies verhuizen naar de slaapk amer, mobieltjes gaan over van ouder op kind, de afgedankte pc van het werk wordt de spelcomputer en de videospeler van het gezin. Ook schaffen we steeds weer nieuwe media aan. Gemiddeld ver vangen we onze televisie elke vier jaar, onze computer elke drie jaar en onze mobiele telefoons elke twee jaar. Bijna dagelijks zijn we bezig om alle software die dit soort apparaten draaiende houdt te updaten en upgraden. Eenmaal buiten worden we opnieuw van alle kanten omringd door media – door steeds slimmere of zelfs zelfrijdende auto’s, door bussen en treinen met gratis wi-fi. Maar ook in de klas of op kantoor staren computerschermen ons van alle kanten aan. Zelfs in de kroeg, de concertzaal, de bioscoop, het theater en het stadion worden we omsloten door talloze scanners, banners, schermen, borden, masten, camera’s, bewegingssensoren, microfoons en luidsprekers, verbindingen, signalen, zenders en ontvangers.

Elke dag besteden mensen meer tijd aan media dan aan slapen of welke andere bezigheid dan ook.

We lezen, kijken, luisteren, swipen, klikken, streamen, appen, chatten en mailen alsof ons leven ervan afhangt. Zelfs als we uiteindelijk met grote moeite de uitknop vinden of lekker makkelijk voor de stand-by optie gaan, is de wereld om ons heen nog steeds vrolijk bezig met zijn apparaten. Wat we met al die media doen heeft vaak eerder het karakter van massale zelfcommunicatie dan van verbinding maken met een ander: we sturen enorme hoeveelheden berichten, data en informatie over onszelf de wereld in. Zelfs als we dat liever niet willen, gebeurt het toch, aangezien de platformen en bedrijven die ons toegang geven tot media (en via media tot elkaar), ongehinderd gegevens over elke gebruiker verzamelen, verwerken en verhandelen.

We vinden liefde en seks in media, via applicaties op de smartphone of op een sociaal netwerk als Facebook of Snapchat. Zelfs het intranet van de werkgever is een dankbare matchmaker. We beëindigen er ook weer relaties – met een statusupdate, een appje of een sms. We vinden werk in media of leren wat er met ons huidige werk mis is. Media geven ons een blik op de wereld en we zijn, of we dat nu willen of niet, vaak ooggetuige van ervaringen die de meesten van ons hoogstwaarschijnlijk en hopelijk nooit zelf zullen meemaken: moord, doodslag, natuurrampen, oorlog, terroristische aanslagen, hongersnood en de meest vreselijke ziektes. Al die informatie brengt ons een werkelijkheid die ons beeld van de wereld zowel vertekend als verrijkt, die de ander zowel dichterbij brengt als buitensluit (door simpelweg diegene weg te klikken). In media vinden we elkaar en verliezen we el- kaar, soms door eigen toedoen en soms door de manier waarop technologie ons leven stuurt en inricht.

We leven niet meer met media, maar in media.

Als ik het over media heb doel ik tegelijkertijd op het middel en het gebruik als de omgeving van media: de apparaten om ons heen, de dingen die we daar mee doen en de manier waarop dit alles een plaats krijgt in het alledaagse leven. Media zijn allereerst de middelen die ons in staat stellen te communiceren. Daarnaast doen we van alles met media en al die activiteiten horen bij de defij initie van media. Tot slot geven we media een bepaalde plaats in ons leven. Dat betekent bijvoorbeeld dat we allerlei gevoelens ontwikkelen voor (of tegen) specifieke media, dat we allerlei routines en rituelen hebben voor onze media en daar allerlei spelregels voor bedenken.

Daarnaast hebben we in de dagelijkse discussies over media het vaak over media als industrie: de journalistiek bijvoorbeeld. Of we praten over media als de producten van die industrie: het nieuws, bioscoopfilms, een mooi liedje dat we op de radio hoorden. Over de media als industrie en wat deze industrie maakt heb ik in het verleden enkele boeken geschreven.  In dit boek richt ik me vooral op media als de dingen die wij in het alledaagse leven gebruiken en om ons heen hebben, hoe we die gebruiken en welke rol dit alles speelt in de manier waarop we ons leven inrichten.

Media spelen een fundamentele, onmisbare en onvermijdelijke rol in de manier waarop we ons leven vormgeven. We leven in media omdat elk aspect van ons leven wel op de een of andere manier ermee te maken heeft, media zijn onontkoombaar. De uitknop van de televisie en de deletetoets van de computer zijn in veel gevallen een illusie. Veel apparaten blijven online ook al zetten we ze uit. Mensen sluiten weliswaar media af – doen een boek dicht, bergen de laptop weg en sluiten de deur van de televisiekast – maar komen niet werkelijk los van de ervaringen, informatie en contacten die ze via media hebben. Juist nu media zo onlosmakelijk met ons leven verbonden zijn en ze zich overal om ons heen nestelen, soms zelfs in ons (zoals bij ingeplante computerchips), wordt het bijna onmogelijk om media nog kritisch te beschouwen, laat staan dat we in staat zijn ze op een afstand te houden.

Er verschijnen veel mooie boeken over dit onderwerp, zie ook de aanbevolen literatuur achter in dit boek. Wat ik met dit boek hoop bij te dragen aan het gesprek dat we als samenleving met onszelf over en in media voeren, is het bieden van een positief perspectief op media, een perspectief dat uitgaat van de mens als spelend, struikelend, genietend, creatief (en daardoor) lerend wezen. Bij media ga ik uit van rommelige, soms ondoorgronde- lijke en altijd wispelturige technologie. De nadruk ligt steeds op kansen en mogelijkheden – minder op problemen en gevaren. Het gaat er voor mij niet om wat media met ons doen – maar wat wij met, of liever in, media kunnen doen.

De kernvraag is: hoe kunnen we een mooi en goed leven leiden in media? Om het antwoord te vinden, is een speelse en creatieve manier van denken over media noodzakelijk, waarbij we media moeten zien als een verlengstuk van onszelf. In media komt onze menselijkheid tot uitdrukking, waarbij ik media liever zie als gereedschap waarmee we werken dan als een prothese waarvan we af hankelijk zijn.

Ons mediagedrag – elkaar opzoeken en contact maken, ont- dekken wie we zijn en waar we bij horen, onszelf informeren en vermaken – is oermenselijk gedrag. Dat betekent ook dat we moeten leren onszelf en elkaar te vergeven voor de soms overenthousiaste manier waarop we ons overgeven aan, en zelfs verliezen in, media.

Bij de soms heftige discussies die we met elkaar voeren over de invloed van media is het goed om na te gaan hoe in het verleden met media werd omgegaan. Enig historisch besef bij deze discussie kan enorm helpen anders tegen media aan te kijken. De meeste zorgen die wij nu hebben, zijn vaak dezelfde als die we honderden jaren geleden hadden. Ze gaan over echt en nep, over surveillance en privacy, over de enorme hoeveelheid informatie die op ons af komt, over de losbandigheid van vooral jongeren, zelfs over seks met robots. Van een bewust naïeve, gemeenschappelijke en op samenleven gerichte houding ten opzichte van media kan meer worden ver wacht dan van een meer individualistische en argwanende instelling.

Met media leven suggereert dat we ook zonder ze kunnen. Die situatie bestaat niet meer en zal allicht nooit meer bestaan. Ik ben ervan overtuigd dat een leven in media een mooi, rijk, span- nend, sociaal, verantwoord en verantwoordelijk leven is of kan zijn en nodig graag uit samen op zoek te gaan naar de manier waarop we zo’n soort leven voor elkaar krijgen.

 

2.      DE VERONDERSTELDE EFFECTEN VAN MEDIA

De eerste keer dat ik de gevolgen van een leven in media mee- maakte, was in 2003. Aan het begin van dat jaar verhuisde ik naar Los Angeles om daar bij de University of Southern California aan het werk te gaan. Kort daarna, op 20 maart, vielen Amerikaanse, Britse en Australische legers Irak binnen. De grootste krant van de stad, de Los Angeles Times, deed er uitgebreid verslag van; de eerste pagina’s stonden bol van nieuws over de oorlog. Ik verbleef op dat moment in de buurt University Park, dat voor de helft bewoond werd door latino’s. Zij lazen niet de Times, maar La Opinion, de grootste Spaanstalige krant van de Verenigde Staten. In die krant stond pas achterin een kort nieuwsbericht over het begin van de schermutselingen in Irak. Dit verschil deed me beseff fen in wat voor parallelle werelden mijn buurtgenoten en ik leefden.

In een notendop speelde zich hier af wat overal ter wereld op allerlei manieren gebeurt onder invloed van media; we leven steeds meer tegelijker tijd in verschillende werelden, soms naast elkaar en soms door elkaar heen. Zelfs je buurman kan soms in een heel andere werkelijkheid leven door simpelweg een andere krant te lezen, andere televisiezenders te kiezen en andere websites te bezoeken. De media die ons juist verbinden en met elkaar in contact brengen, kunnen ons ook langs elkaar heen laten leven, waardoor we blind worden voor de ander.

Sinds die er var ing in maart 2003 zijn we alleen nog maar dieper ondergedompeld in media, die steeds slimmer worden en handig gebruikmaken van de kennis over wie we zijn en waar we zin in hebben en het dagelijkse leven en de wereld om ons heen naadloos op elkaar laten aansluiten. Media evolueren van analoge apparaten waarmee we één ding kunnen doen – een krant of tijdschrift lezen, televisiekijken of naar de radio luisteren – naar digitale multifunctionele machines die je in staat stellen om waar en wanneer je maar wilt altijd toegang tot verschillende media te hebben. Het beste voorbeeld daar van is de smartphone, waarbij activiteiten als bellen, mailen, chatten, surfen, fotograferen, televisiekijken en spelletjes spelen door elkaar heen lopen, waardoor de wereld met een klik of swipe slechts een paar stappen ver wijderd lijkt. Digitale media slokken elkaar op en beconcurreren elkaar: met een televisie kan je ook online en de radio in de auto is hetzelfde apparaat als dat van het navigatiesysteem. Zo lopen alle domeinen van het leven – spelen, leren, werken en lief hebben in media kriskras door elkaar heen.

Media zijn voor ons als wat water is voor vissen.

Media sturen ons leven net zomin als dat wij media controleren; ik wil juist benadrukken dat, of we het nu leuk vinden of niet, elk aspect van ons leven zich afspeelt in media en dat het in dit proces steeds moeilijker wordt, zo niet onmogelijk, om media met een gepaste afstand te bekijken. Media zitten in de haarvaten van ons leven en de manier waarop wij in media leven is net zo bepalend voor wie we zijn als ons dna. Alle fundamentele ervaringen in ons leven doen we niet langer buiten media: opgroeien, leren en werken, spelen en ontspannen, sporten en bewegen, en ook het zoeken en vinden van een geliefde of van een buurtbewoner. Zelfs de allerkleinsten groeien op met leuke apps voor tablets en speciale programma’s op televisie. Op kantoor wemelt het van speciale software en toepassingen om onderlinge communicatie, samenwerking en uitwisseling te faciliteren, waardoor het ook weer makkelijker wordt werk mee naar huis te nemen en de grens tussen werktijd en privétijd vervaagt. Ongeveer een derde van de vrijgezellen in Nederland gebruikt een datingsite of app en zo’n beetje elk draagbaar apparaat houdt automatisch voor ons bij hoe en waar we ons voortbewegen.

In dit proces organiseren media onze leefomgev ing. Hoe vanzelfsprekender de aanwezigheid van media in ons dagelijks leven wordt, of we nu een politieke demonstratie, een concert, een bruiloft of een voetbalwedstrijd bijwonen, des te meer zijn we bezig met het vastleggen van de gebeurtenis, dan er daadwerkelijk getuige van te zijn of deel aan te nemen. Wat er op dit moment in ons leven speelt, lijkt soms minder belangrijk dan het verhaal dat we erover in media kunnen vertellen. Media zijn onmiskenbaar verbonden, verstrikt en betrokken geraakt bij de sociale werkelijkheid. Media kunnen er andersom voor zorgen dat diegene die niet lijfelijk bij gebeurtenis aanwezig is, er toch aa n deelneemt . Spoken bestaan dus in media, omdat tijdens een avondje met vrienden in de kroeg ook allerlei andere mensen aanwezig kunnen zijn die fysiek niet aan tafel zitten. Ze doen mee via appjes, tekstberichten en allerlei andere signalen via onze mobiele apparaten. Dat avondje uit heeft sowieso een eigenaardig karakter tegenwoordig, want in plaats van om acht uur af te spreken bij de stamtafel beginnen vanaf zeven uur de berichtjes in de vriendenkring rond te dwarrelen: ‘Ik ben onder weg’, ‘Shit: file’, ‘Is die ene andere kroeg niet veel leuker?’, ‘Komt jouw buurvrouw ook?’, ‘Laten we aan de overkant afspreken’, ‘Als het regent zitten we binnen, bij de tent ernaast’, enzovoorts. Deze microcoördinatie van het alledaagse leven is een direct gevolg van de permanente bereikbaarheid die van ons allemaal ver wacht wordt door de apparaten in onze broek- of vestzak.

Media bieden ons gevraagd en ongevraagd toegang tot een wereld die de levens van anderen, veelal volslagen onbekenden, op intieme wijze zichtbaar maakt. We kunnen onszelf en ons leven eindeloos en eenvoudig vergelijken met dat van honderden, duizenden, zelfs miljoenen anderen. Deze mogelijk heid tot vergelijking levert allerlei resultaten op, waarvan permanente rusteloosheid er één kan zijn. Want wat moeten we met al die mogelijk heden, keuzes, opties en alter natieven? Raken we erdoor verlost van een eendimensionaal zelf beeld, en kunnen we oprecht genieten van de kleurrijke diversiteit die media ons voorschotelen? Of is dit schouwspel nodeloos chaotisch, maakt het onzeker en laat het ons in de kern vooral onveilig voelen?

Het beste bewijs van het feit dat ons leven zich in media afspeelt, is misschien wel het gegeven dat we het steeds meer met elkaar over de (veronderstelde) invloed van media hebben: zouden we niet wat minder moeten teksten, spelen kinderen niet te veel computerspellen en zijn die spellen niet te gewelddadig, wat van al die seks op televisie en porno op internet, raken we verslaafd aan onze smartphone, maakt Google ons dom? Het zijn geen onbelangrijke discussies, waarbij opvalt dat op geen enkele van deze vragen een eenduidig antwoord mogelijk is. Er is geen passend recept voor het gebruik van media, en dat komt vooral omdat de echte discussie – die over onze volkomen versmelting met elkaar in media – niet wordt gevoerd.

Laat ik vooropstellen dat de discussie over ons leven in media erg lastig is om goed te voeren, niet in het minst omdat we media nodig hebben om er iets over te kunnen zeggen: we schrijven erover, of nemen iets op, sturen het weg en zenden het uit. Iemand leest, ziet of hoort de berichten vanaf een of ander apparaat. In al deze stappen spelen media een rol en wat er uiteindelijk overblijft aan inzicht en begrip over media is in feite al een paar keer gefilterd en geformatteerd door media. Media zijn met andere woorden niet neutraal: of het nu de interface van Facebook is of de opties van een tekstver werker op de computer betreft, media maken het je zowel mogelijk als onmogelijk om precies uit te drukken wat je wilt zeggen. Aangezien we opgroeien met media, vormen en conditioneren de technologische mogelijkheden van media onze communicatie al vanaf het meest prille begin.

En waar komen al onze weetjes, ideeën en opinies over media eigenlijk vandaan? Zijn deze spontaan ontsproten aan ons brein? Of gaat het hier vooral over ditjes en datjes die in een leven bij elkaar gesprokkeld zijn aan de hand van fragmenten op televisie, scenes in fij ilms, flarden muziek, links op een website, uitspraken van een expert tijdens een inter view in de krant, woorden op papier?

Alles wat gezegd kan worden over media is al eens gezegd in media.

Media zijn geen neutrale doorgeef luiken van de boodschappen die we naar elkaar sturen of de beelden, geluiden en teksten die omroepen, uitgevers, reclamemakers, filmproducenten en spelontwikkelaars op ons afvuren. Elk medium vormt en vervormt de communicatie die er doorheen gaat. Soms komt het doordat de technologie bepaalde dingen uitsluit. Ten slotte kan een papieren krant geen video afspelen, ook al hopen uitgevers dat elektronisch papier, zoals te zien in de bekende film Minority Report uit 2002, hier verandering in gaat brengen en verbiedt de interface van Twitter-berichten langer dan 140 karakters, een limiet die met een paar handige trucs makkelijk te omzeilen is. Ook brengen mediamakers allerlei beperkingen aan in de berichten die via media verstuurd worden omdat hardware en software worden bedacht en ontwikkeld met een bepaald soort mediagebruik in gedachten. De cameralens kan in de meeste gevallen niet naar links of rechts meebewegen, de microfoon maakt noodgedwongen een selectie tussen voor- en achtergrond- geluiden, de videokaart van je computer kan bepaalde games wel aan maar andere weer niet. Door dit soort tekortkomingen bepalen media de inhoud die zij doorgeven. De grap is dat we ons best daarvan bewust zijn.

Veel mensen koesteren een diep wantrouwen ten opzichte van alles wat via media wordt aangeboden, en tegen iedereen die zich via media aanbiedt, zoals politici, het bedrijfsleven, merken en adverteerders, de journalistiek. Opvallend genoeg is het vertrouwen in de aanbieders juist het hoogst bij mensen die zichzelf goed en breed informeren en beseff fen hoe vertekend het beeld van de wereld in media eigenlijk is. Media worden met andere woorden pas sturend en dominant in ons leven als wij verwachten dat ze ons de waarheid vertellen en de werkelijkheid laten zien.

Het wereldwijde vertrouwen in technologie – zoals computers, smartphones en ‘slimme’ huishoudelijke apparaten die met het internet verbonden zijn – is al jarenlang groter dan in andere sectoren in de samenleving, zoals de overheid, de kerk of het bedrijfsleven.

We rekenen op de technologie van media maar ver- trouwen anderen niet zoals zij media gebruiken.

Van oudsher laten we ons leiden door de veronderstelling dat het apparaat dat we als medium gebruiken en het gebruik ervan twee verschillende dingen zijn. Een computer is geen levend ding en mensen zijn geen robots. We hebben het steevast over de eff fecten die media op ons hebben; we maken ons zorgen over de uitwerkingen van media en vragen ons af hoe wij (of anderen) veranderen door media. Gezien de evolutie van de massamedia, waarmee grote groepen in een keer worden bereikt, naar de hedendaagse lichtgewicht, mobiele en interactieve media voor eigen gebruik, is dit standpunt niet langer houdbaar. Media zijn zo diep doorgedrongen in de haarvaten van ons eigen leven en de wijze waarop we met elkaar omgaan dat het lastig is te stellen dat media functioneren als een kracht die van buitenaf op ons inwerkt.

Het is daarom spannender om te zien hoe onze meest fun- damentele ervaringen in media overhoop gehaald worden. Als concrete voorbeelden hiervan sta ik kort stil bij de beleving van handeling, plaats en tijd. Een goed voorbeeld van een van de meest fundamentele (en intieme) handelingen in ons leven is seks. Door media lijken we steeds minder zin in seks te hebben. Waarom jezelf overgeven aan al dat gedoe als er ook een fijne serie te zien is, als er voortdurend berichtjes van allerlei leuke mensen binnenkomen, als de meest opwindende porno slechts een klik verderop te halen valt? Een televisie in de slaapkamer is al heel lang heel gewoon en veel mensen slapen met hun mobieltje in of naast het bed. Dat staat niet alleen de verleiding van seks in de weg, ook komen we door media (en vooral als gevolg van het licht van beeldschermen) moeilijker in slaap. Media bieden hiervoor ook een oplossing – zo zijn er gratis programma’s als Flux die het schermlicht aanpassen aan het tijdstip van de dag. Voor ons seks- gebrek is er eveneens een uitweg: dankzij media is het eenvoudig om snel meer seks met steeds wisselende partners te hebben. Online-datingwebsites en -apps maken het mogelijk potentiële partners snel te vinden en te vergelijken. Door de betrekkelijke anonimiteit wordt het starten (en af breken) van verschillende vrijages tegelijkertijd net zo simpel als het aan- of uitzetten van je computer. Japan lijkt wat seks en relaties betreft ons voorland. Jonge mensen kiezen er massaal voor een bestaan als single en wisselen vaste relaties in voor vluchtige seks. Soms hebben de Japanners liever een virtuele robot in huis dan een menselijke levenspartner – zoals de populaire Gatebox AI, een schattig meisje dat als driedimensionale animatie leeft in een doos op tafel en in verbinding staat met alle andere digitale apparaten in de woning, zoals de verlichting, koelkast, televisie en verwarming.

Door media hebben mensen dus zowel meer als minder seks, zo lijkt het. Of toch niet? In Japan bestaat sociale isolatie als maatschappelijk fenomeen al veel langer dan het internet en heeft de massale migratie van het dorp en platteland naar de stad traditionele familieverbanden losgeslagen (die daarna weer in media onderhouden worden). De voortdurende flexibilisering van de Japanse arbeidsmarkt – een fenomeen dat ook bij ons met rasse schreden nadert, bijna de helft van alle werkenden in Nederland heeft geen vast contract – maakt het bestaan erg onzeker, wat niet bijdraagt tot het aangaan van stabiele relaties of huwelijken.

Daarnaast is ook de opvatting over seks en seksualiteit enorm veranderd, sinds de opkomst van de pil en het condoom, wat seks voor de lol veel gemakkelijker heeft gemaakt. Sinds het midden van de 20e eeuw is onze seksualiteit vrijer en het economische leven onzekerder geworden. Media veroorzaken niet direct seksuele onthouding noch excessen, maar beïnvloeden wel onze omgang met een individualistische, economisch precaire en seksueel vrijere samenleving.

Ook onze beleving van plaats – waar zijn we en wat we daar- doen – lijkt door media fundamenteel aangetast te worden. We zijn lokaal gefixeerd. Ter plekke zijn we af hankelijk van een goede internetverbinding, een stopcontact, de juiste kabeltjes en randapparatuur, van regio-specifieke beschikbaarheid van films en wedstrijduitzendingen en van allerlei tarieven, spelregels en technologische standaarden die bepalen of we onze media al dan niet kunnen gebruiken zoals we dat willen. De verleiding is groot om onder invloed van moderne media alleen maar binnen te blijven. Sinds de doorbraak van snelle internetverbindingen en slimme apparaten leven we in heuse telecocons waar louter virtuele interactie het lijkt te winnen van fysieke actie en contact. Toch zijn we tegelijkertijd met de wereld verbonden, elke aansluiting verbindt ons (en daarmee de informatie over wie we zijn en wat we doen) met een globaal netwerk van computers, servers, bedrijven, overheden en vooral andere mensen zoals wijzelf.

Dezelfde hardware en software die ons op onze plaats houden trekken ons juist de wereld in.

Tegelijk suggereert de razendsnelle ontwikkeling en populariteit van mobiele media dat we helemaal niet zo veel zin hebben om altijd maar binnen te zitten. Sinds 2014 zijn er meer mobiele apparaten dan mensen op de planeet en vanaf 2020 bezitten verreweg de meeste mensen wereldwijd een smartphone waar- mee ze min of meer tegelijkertijd kunnen bellen, teksten, appen, surfen, muziek luisteren, spelletjes spelen en video kijken.

We worden in media ons meer bewust van waar we fysiek zijn, net zo goed als dat we ons besefffen dat we ons op meerdere plaat- sen tegelijkertijd kunnen begeven; een paar plekken is zelfs volle- dig virtueel. Weten we altijd echt precies waar we zijn? Weten we de locatie van al onze verschillende verschijningen, zoals avatars in games, profielen in talrijke sociale netwerken, verdeeld over databanken van overheden en telecommunicatiebedrijven, in de bestanden van zorg verzekeraars, veiligheidsdiensten, vliegtuigmaatschappijen, supermarktketens en internetwinkels? We zijn in media op z’n minst op twee plaatsen tegelijk: fysiek op de plek waar we inpluggen en inloggen, virtueel daar waar we kijken, lezen, luisteren, lief hebben, ruziemaken en lollige plaatjes van huisdieren delen.

Naast de beleving van handeling en plaats raakt ons besef van tijd in media ont w richt. Aan de ene kant bieden media ons altijd en overal in real time toegang tot informatie, nieuws, ontspanning en contact. Het wordt door niemand v reemd gevonden om vanuit Nederland even te bellen met het back- packende kroost in Peru, snel te videochatten met een collega in de Verenigde Staten, online games te spelen samen met anderen over de hele wereld of tekstberichtjes uit te wisselen met verre vrienden van vroeger. Voor mensen met een migra- tieachtergrond zijn media onmisbaar voor het onderhouden van contacten met familieleden die vaak over verschillende landen verspreid zijn.

Door deze mogelijkheden lijkt de tijd soms stil te staan, bijvoorbeeld wanneer je een vriendschapsverzoek krijgt van een vroegere klasgenoot, collega of vakantieliefde. Door constant met elkaar in contact te zijn, ongeacht afstand en tijdzones, lijken de grenzen die tijd aan ons stelt in media te worden opgeheven. Ik sprak op een conferentie ooit met iemand die bij de 24-uurs- nieuwszender cnn verantwoordelijk was voor de coördinatie van de hoofdredacties in Noord-Amerika, Europa en Azië. ‘Het is een fantastische baan,’ vertelde hij, ‘alleen vraag me niet wanneer ik slaap. Al onze gemeenschappelijke vergaderingen gaan via videoverbinding en ik moet elke keer weer op een ander tijdstip inplannen zodat het bij niemand drie uur ’s nachts is.’ Tijd en plaats zijn flink aan het schuiven in media. Het is geen toeval dat de eerste vraag die mensen elkaar bij een mobiel telefoongesprek stellen bijna altijd is: ‘ Waar ben je nu?’ In veel gevallen volgt daarna al snel de vraag: ‘Hoe laat is het bij jou?’

Seks, plaats en tijd zijn wezenlijke aspecten van ons leven. Weten wie je bent, waar je bent, en wanneer je ergens bent; kunnen genieten van jezelf of elkaar – het zijn allemaal ingrediënten voor een prettig bestaan. Media fietsen daar dwars doorheen, trekken onze beleving van de werkelijkheid uit elkaar, halen alles overhoop. Dat is soms verwarrend, vaak spannend en niet zelden frustrerend. Maar om media de schuld te geven van de geïndividualiseerde, snel veranderende en globaliserende wereld heeft weinig zin.

Media maken onze complexe wereld zichtbaar en laten ons zien en voelen wat het is om op een planeet te leven waar alles en iedereen in beweging is en met elkaar in verbinding staat.

In media wordt de hele wereld zichtbaar en dat we via internet voortdurend in verbinding zijn, voelt overdonderend. Dat maakt onzeker. Maar het is ook mooi en opwindend.

Vanzelfsprekend hebben media grote gevolgen voor ons. De plaats die media in ons dagelijkse leven innemen verandert onze beleving van de werkelijkheid – zowel op fysiek als emotioneel niveau. Hetzelfde geldt voor het omgekeerde: hoe wij met media omgaan en de wensen, angsten en verwachtingen die wij op media projecteren veranderen hoe media gemaakt en geprogrammeerd worden. We gebruiken steeds meer media naast en door elkaar en deze apparaten staan op allerlei manieren met elkaar in verbinding. Niet voor niets adverteren telecomaanbieders met de mogelijkheid om een televisieserie te beginnen op de tv, verder te kijken op een tablet en daarna mee te nemen op je mobiele telefoon. Die verstrengeling van verschillende media, en de verschillende manieren waarop we ze gebruiken en waar we ze gebruiken (in de huiskamer, op het toilet, in de trein op weg naar school of werk) zorgt er voor dat er niet zomaar sprake kan zijn van effecten die media op ons hebben.

Er bestaan veel zorgen over de gevolgen van alomtegenwoordige media op de samenleving. Elk jaar verschijnen er boeken en worden documentaires uitgezonden die met groot gevoel voor drama onheilsvoorspellingen en waarschuwingen over media bevatten. Het wetenschappelijke onderzoek naar media laat echter een veel genuanceerder beeld zien. De mogelijke effecten van media zijn vaak onvoorspelbaar, soms tegenstrijdig en niet zelden onbedoeld. Zo kan een peperdure reclamecampagne met de bedoeling ons te verleiden juist een averechts eff fect hebben, zoals in 2017 de pijnlijke ‘White is purity’ advertenties van het Duitse bedrijf Nivea die bedoeld waren voor klanten in het Midden-Oosten.

Soms kan de introductie van een hip nieuw medium vooral tot hilariteit leiden, zoals de Zune draagbare muziekspeler van Microsoft die tussen 2006 en 2012 geproduceerd werd. Of zoals bij de introductie van Glass in 2013, een speciale bril van Google die het mogelijk maakt om informatie over je omgeving op de binnenkant van de bril te projecteren en daarbij opnames te maken van de mensen om je heen. Mensen keerden zich toen massaal tegen de rol die een nieuw medium zou kunnen spelen in het dagelijkse leven. Professionele mediamakers kunnen eindeloos verhalen vertellen over flops, mislukkingen en andere verlieslijdende producties waar van iedereen dacht dat succes gegarandeerd was. De wereldwijde media-industrie werkt op basis van het nobody knows principle: ook al heb je vroeger veel succes gehad of heeft de opdrachtgever degelijk marktonderzoek verricht, niemand kan echt voorspellen welke fij ilm, serie, cam- pagne of game daadwerkelijk een hit wordt.

Ondanks dergelijke flops beseff fen we allemaal dat we niet meer zonder kunnen. Sterker nog, een dag je geen televisie of telefoon maakt de meeste mensen onrustig, gefrustreerd en zelfs droevig vanwege plotselinge gevoelens van eenzaamheid en fomo: Fear Of Missing Out. Dit zijn heftige emoties en het is dan ook niet gek dat we media snel de schuld geven, zo doordrin- gend als ze zijn in ons leven. Ze werken verslavend, maken ons af hankelijk, stimuleren onderbuikgevoelens, maken het steeds moeilijker om autonoom in de wereld te staan, Betekent dit dat we willoos aan media zijn overgeleverd en we daarbij onszelf, onze eigenheid, gaandeweg verliezen?

Ook al kan ik vanuit het wetenschappelijk onderzoek al te overspannen zorgen over de veronderstelde eff fecten van media goed nuanceren of wegnemen, dit zijn hele belangrijke vragen. Ook al ben ik een optimist, toch denk ook ík weleens bij het zien van honderden smartphones tijdens een concert in het Amsterdamse Paradiso dat het optreden een stuk leuker zou zijn als je gewoon lekker kijkt, luistert, danst en geniet van het live optreden. Dan betrap ik mezelf erop dezelfde zorgen te delen: wat voor een wereld maken we samen in media? Wat is er in media nog ‘echt’ aan de menselijke beleving van de werkelijkheid?

Voor een open blik op ons leven in media is het noodzakelijk dat we op elk niveau van de definitie van media zoals ik deze hanteer – als middel, gebruik en omgeving – oog hebben voor nuance. Door naar media te kijken als middel voor communicatie in ons dagelijks leven, is goed te beseff fen dat al die apparaten en de dingen die we ermee doen niet specifiek voor onze tijd zijn. De nieuwe smartphone van Samsung of Apple mag dan een erg mooie en blinkende machine zijn, het ontwerp ervan en hoe we ermee omgaan kennen een lange geschiedenis. Dat geldt voor alle media. Elk nieuw media is altijd een versie van een ouder medium; eigenlijk bestaan ‘nieuwe’ media niet.

Zo is een televisie een voorbeeld van radio met bewegend beeld, is de fotocamera een variant van een schilderij en werd de redactie van een krant of tijdschrift voorafgegaan door herauten. Sociale media gebruiken we als een dagboek of voor het delen van een goede roddel, zoals op de markt of in de kroeg. Een verschil met vroeger is dat we media nu steeds meer door elkaar heen gebruiken, en er ook veel actiever mee bezig zijn dan met de media uit het verleden. Al dat intensieve gebruik maakt ons minder bewust van de rol die media spelen in ons leven – het is in feite net zo normaal om ’s ochtends kleren aan te trekken voordat we deur uitgaan als het checken van e-mails, of appen met vrienden. Media hebben een defij initieve plek in ons leven veroverd.

Media zijn erg leuk, wat we er allemaal mee kunnen is fantastisch (soms zelfs magisch) en de mensen die media voor ons maken zijn er ontzettend goed in ons telkens weer te verleiden meer media te gebruiken. Ook al somberen de meeste experts en autoriteiten over de geestdodende gevolgen van alomtegen- woordige media in ons leven, ik wil juist opperen dat een zekere mate van ‘zombie-zijn’ goed voor ons is – als dit maar betekent dat we bereid zijn wat minder met onszelf bezig te zijn en ons meer in te zetten voor elkaar.

Soms denk ik dat we veel te veel van onszelf en anderen ver- wachten en daarmee onredelijke eisen stellen. Een voorbeeld van een alleszins redelijke eis aan ons leven in media is het investeren in een zekere mate van mediawijsheid. Gelukkig loopt Nederland hierin wereldwijd voorop, dat verdient erkenning. Toch is ook de ontwikkeling van mediawijsheid zorgelijk, want geletterdheid in media is nog steeds geen vast onderdeel van ons onderwijs. Ik heb na ruim twintig jaar doceren op verschillende universiteiten in de wereld geleerd dat de allerbeste manier om media onder de knie te krijgen, is zelf media maken. Laten we van onszelf en elkaar te accepteren dat we een beetje aan een bijzondere waan lijden, namelijk de idee dat we allemaal het onder werp (en zelfs de ster) zijn van onze eigen reality-televisieshow. De illusie zou zijn als we probeerden te ontsnappen uit de studio van ons leven. Als het hele leven zich afspeelt in een televisiestudio zou dit de vraag kunnen oproepen: stel dat alle camera’s op mij gericht zouden zijn, welk verhaal wil ik dan vertellen? Vestig ik de aandacht dan op mezelf of probeer ik het verhaal te vertellen van de natuur, van de techniek, of van mensen die er slechter aan toe zijn dan ik, voor wie we op moeten komen, wier stemmen niet gehoord worden? De aandacht af leiden van jezelf en schenken aan anderen vind ik een mooie opdracht voor leven en vooral voor samenleven in media.

Bestel Leven in media